Over mijn eerste en laatste zuipvakantie met vrienden
“Waar moet deze stok?” Hulpeloos hield Sam het ding omhoog.
Ik zuchtte. “Helemaal hier doorheen. Kijk.” Ik wilde het voordoen, maar mijn vriend liep meteen weg.
“Doe maar even, jij doet dat toch sneller dan ik.” Met een tevreden kreun liet hij zich in een campingstoeltje vallen en trok een biertje open.
“Eikel”, zei ik hoofdschuddend.
Joep kwam naar me toe. “Ik help wel even. Dat opgooi-ding van mij staat al.”
Een kwartiertje later dronken we alledrie een biertje en bekeken het eindresultaat: twee kleine tentjes, één grote.
“We hadden gemakkelijk met z’n drieën in Sam’s tent gekund”, zei Joep.
“Sorry jongens”, zei Sam met een knipoog. “Ik verwacht bezoek vanavond.”
Hij keek grijnzend naar de groep meisjes verderop, die giechelend onze kant opkeken.
Veel meer dan een groot grasveld naast het bos was de camping niet, maar we waren voor het eerst zonder ouders weg, én hadden drie kratten bier. Meer dan dat was niet nodig.
“Wilde plannen, merk ik”, zei Joep droog. Hij sprong ineens op. “Oh ja, ik zou Chantal bellen als we er waren.”
“In de kracht van zijn leven en nu al onder de plak”, zei Sam. “Treurig. Zeg, wat zijn jouw plannen eigenlijk? Gaat het eindelijk gebeuren deze week?”
Ik had eeuwig spijt dat ik Sam had verteld dat ik maagd was. Samen met Joep was hij mijn beste vriend, maar ook een ongelofelijke flapuit.
“Ik zie wel”, mompelde ik.
“Met zo’n instelling komt het er nooit van!” riep Sam uit. Hij stootte me aan en knikte naar de meisjes. “Kom, laten we kijken of ze knakworst willen.”
Ik gaf hem een blik en hij riep lachend uit: “Serieus, dude. Ik heb trek en we hebben alleen knakworstjes. Waar is het gaspitje?”
Binnen een uur zaten we met de groep meisjes te eten. Het duurde niet lang voor een fles drank rondging.
Ik begon behoorlijk dronken te worden en zag Sam met het mooiste meisje van de groep kletsen. Joep en ik keken elkaar veelbetekenend aan.
De andere meisjes leken meer interesse te hebben in drankspelletjes dan tongen.
Ik stond op om te gaan plassen en toen ik terugliep van de toiletten, zag ik iemand voor de tent van de groep meisjes zitten.
“Hé”, begroette ik haar in het voorbijgaan.
“Hé”, zei ze terug, met een glimlach. Ze was knap. Heel knap. Gitzwart haar, groene ogen.
Ik wilde al doorlopen, maar hoorde een denkbeeldige Sam in mijn hoofd schreeuwen: stoppen! Dit is je kans!
Ik dwong mezelf stil te staan. “Wil je niet bij ons komen zitten?” hoorde ik mezelf vragen. “We hebben drank.”
“Ben ik niet zo van”, zei ze.
Ik knikte, en besloot door te lopen, toen ze plotseling zei: “Je hebt echt mooie ogen.”
Ik voelde mijn hoofd rood worden en vervloekte mezelf. “Eh, dank je”, zei ik. “Ik ben Mees.”
“Maya. Wil je bij anders bij mij komen zitten?”
“Mees! Waar blijf je? Het is jouw beurt!” schreeuwde Joep met dubbele tong. Ik vervloekte hem.
“Eh…” zei ik en maakte een gebaar naar onze tenten. “Als je wilt joinen…”
Maar toen ik terug bij de tent was en haar kant opkeek, was ze nergens meer te bekennen.
“Ik ben zo’n sukkel! Zo’n fucking kneus!”
“Doe normaal Joep”, zei Sam. “Kan toch gebeuren, je bent dronken. No big deal.”
We waren op weg naar het dorp, naar de enige discotheek in de wijde omtrek, en moesten Joep bijna meeslepen.
Hij was het meest dronken van ons alledrie, en in zak en as omdat hij in een opwelling een van de meisjes had gezoend.
“Ik moet het Chantal vertellen”, riep hij plotseling uit, en hij had zijn telefoon al vast.
“Nee!” riep Sam verschrikt. Hij griste Joep’s telefoon uit zijn hand en stopte hem in zijn zak. “Die neem ik in beslag. Voor je eigen bestwil.”
Joep begon te protesteren, maar stopte opeens met praten en keek langs Sam het bos in.
“Hé, wat doe jij nou hier?” vroeg hij luid.
We volgden zijn blik en ik zag nog net iets tussen de bomen verdwijnen.
“Wat is er, Joep?”
“Dat meisje”, mompelde hij.
Sam fronsde zijn wenkbrauwen. “Oké, die telefoon krijg je écht morgen pas terug.” Hij keek me met een grijns aan. “Dit wordt een lange avond.”
Profetische woorden.
De discotheek was niet veel meer dan een café waar alle tafels aan de kant waren geschoven, en een plaatselijke dj luid muziek draaide.
We hadden inmiddels zoveel gedronken dat het ons niets uitmaakte. Sam stond al snel te flirten met een meisje, Joep was nergens te bekennen.
Aan het kotsen op de wc, waarschijnlijk.
Dus stond ik alleen naast de dansvloer, lurkend aan een biertje.
Een paar keer sprak een meisje me aan, maar de muziek stond zo hard dat ik ze niet verstond. Ik was al snel helemaal klaar met de plek, en trok Sam aan zijn arm.
“Wat?” riep hij in mijn oor.
“Laten we teruggaan!”
“Wat?!”
“Laten we teruggaan!” herhaalde ik en voegde eraan toe: “Joep!?”
Sam wees richting uitgang.
“Dus? Waar is Joep?” vroeg ik toen we buiten stonden.
“Al een halfuur pleite”, zei Sam en hij stak een sigaret op.
“Je hebt hem laten teruglopen met zijn lamme kop?” vroeg ik verschrikt.
Sam wuifde het weg. “Is maar tien minuutjes. Dat lukt zelfs kruipend.”
Joep’s tent zat dicht toen we terugkwamen. Ik wilde net gaan kijken of hij er echt in lag, toen ik een stem hoorde.
“Hé! Mogen we erbij komen zitten?” Twee meisjes van het groepje verderop. Floor en Lana, geloof ik.
“Tuurlijk, pak een drankje!” riep Sam vrolijk uit. De twee gingen giechelend bij hem zitten.
Ik wilde net de rits van Joep’s tent naar beneden trekken, toen ik zag dat er iemand achter Floor en Lana aan drentelde.
Het was Maya. Ze glimlachte naar me en kwam naast me zitten.
Mijn hart ging sneller kloppen. Ik vergat mijn zorgen over Joep meteen.
“Iets te drinken?” vroeg ik. Ze schudde haar hoofd.
Terwijl Sam een geanimeerd gesprek met de meisjes voerde, praatten Maya en ik op zachte toon. Ze bleek een voorliefde voor 90s films te hebben, net als ik, en al gauw somden we titels op.
Er zat genoeg drank in me om nonchalant een arm om haar middel te leggen. Zij liet haar hand op mijn knie rusten.
Maya vroeg opeens: “Zullen we een stukje het bos inlopen?”
Ik voelde mijn gezicht gloeien, maar zei nonchalant: “Ja hoor.”
We liepen stilletjes weg. De andere twee meisjes hingen aan Sam’s lippen en hadden niets in de gaten.
We hadden maar een paar stappen tussen de bomen gezet toen Maya me begon te zoenen.
Verstrengeld lagen we op de bosgrond. De anderen waren binnen gehoorafstand, maar het voelde alsof Maya en ik in een andere wereld waren.
“Hé trouwens, waar is die andere vriend van je? Mees ofzo?” hoorde ik Floor in de verte vragen. “Lana had wel interesse. Toch, Lana?”
“Kappen!” riep Lana.
“Sorry, maar die zag ik net wegsneaken met je andere vriendin”, zei Sam geamuseerd.
Het was even stil. Maya ging rechtop zitten en begon met mijn riem te frunniken. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om mijn hand onder haar shirt te laten glijden.
“Andere vriendin?” hoorde ik Floor verwonderd vragen. “Iedereen ligt al te slapen.”
Ik verstijfde, mijn vingers om Maya’s rechterborst gekruld.
Mijn verovering torende boven me uit en staarde me recht aan, haar gezicht vervormd in een onnatuurlijke grimas.
Ik probeerde mijn hand terug te trekken, maar Maya greep hem beet. Mijn andere hand drukte ze tegen de grond. Ze voelde ineens ijskoud.
“Jullie zullen niemand pijn doen”, gromde ze met onherkenbare stem. “Niet zolang ik er ben.”
Maya opende haar mond en ik zag alleen een gapend zwart gat. Ik wilde gillen, maar er kwam geen geluid uit mijn mond. Het was doodstil in het bos, alsof ik alleen op de wereld was.
Ik wist zeker dat ik dood zou gaan.
Toen scheen een zaklamp het bos in. “Mees?” klonk de stem van Sam.
Ik sprong met een schreeuw overeind. Maya was verdwenen, alsof ze er nooit was geweest.
“Iemand heeft iets in je drankje gedaan. Moet wel”, zei Sam, toen we terug bij de tent waren. Hij zakte in een campingstoel en sloeg zijn flesje achterover.
Floor en Lana waren afgedropen, zich duidelijk afvragend wat we hadden geslikt.
“Maar jij zag haar ook. Toch?” vroeg ik met trillende stem. Ik had moeite mijn flesje vast te houden.
Sam keek me even aan en knikte toen, bijna met tegenzin.
Toen bedacht ik me wat ik aan het doen was, voor Maya bij me kwam zitten.
“Joep”, mompelde ik. Struikelend rende ik naar zijn tent, trok de rits naar beneden.
Leeg.
Met een onbestemd gevoel in mijn buik belde ik mijn vriend. Sam viste Joep’s trillende mobiel uit zijn broekzak, en kreunde.
We zochten de hele camping af, gingen terug naar de kroeg. Maar er was geen spoor van onze vriend.
“Waarom heb ik zijn telefoon nou afgepakt”, riep Sam wanhopig. “Ik dacht dat ik hem beschermde, godverdomme!”
Ik wist niet wat ik moest zeggen. Na een slopende nacht zaten we uitgeput in onze stoeltjes, en staarden intens naar de ingang van de caming. Vurig hopend dat Joep elk moment aan zou komen wandelen.
Af en toe dacht ik iets te zien bewegen bij de bosrand. Maar als ik beter keek, was er niets.
Uren zaten we te wachten. Joep kwam niet.
Langzaam sukkelden we in slaap, en toen we na een paar uur wakker schrokken was onze vriend nog steeds verdwenen.
Aan het einde van de middag belden we de politie.
“Hij zag iets. Die nacht in het bos.”
We zaten bij Sam in de tuin, probeerden te doen alsof alles normaal was. Ondanks het gapende gat in ons midden.
Het gat waar Joep hoorde te zijn.
Er waren maanden verstreken, en er was nog steeds geen spoor van onze vriend.
Het schuldgevoel was gekmakend. Had ik maar beter gezocht, toen ik hem niet zag in de kroeg. Had ik zijn tent maar meteen gecheckt. Had ik maar…
Sam nam het nog zwaarder op. Nooit werd hij meer de vrolijke gast die hij daarvoor was geweest.
En hij was obsessief over de vermissing.
“Wat?” vroeg ik afwezig, terwijl ik onze biertjes opentrok.
“Hij zag iets in het bos”, zei Sam. “Een meisje, zei hij.”
Ik haalde mijn schouders op. “Hij was straalbezopen, Sam. Waren we allemaal. Weet je nog wat er met mij gebeurde?”
“Ik denk dat ik hem met iemand zag”, zei Sam, alsof hij me niet hoorde. “In de kroeg.”
“Wat? Waar heb je het over? We hebben de camerabeelden gezien. Hij is alleen weggegaan.”
Sam keek me peinzend aan, maar antwoordde niet. Alsof hij iets niet durfde te zeggen. “Moet meer research doen”, mompelde hij uiteindelijk.
Ik zuchtte diep, had de hoop al lang opgegeven. Waarschijnlijk was onze vriend verdwaald op weg naar de camping, en ergens in het bos verongelukt.
Maar waarom hadden ze hem dan nog steeds niet gevonden? Zo groot was dat bos toch niet?
Ik schudde de gedachten van me af, en hief mijn flesje. “Op Joep.”
Sam volgde mijn voorbeeld, veegde tranen uit zijn ogen. “Op Joep.”
Ik zat een week later verveeld een film te kijken, toen ik een appje van Sam kreeg.
“Check dit. Op de achtergrond.”
Het was een foto van de kroeg waar we die avond waren beland. Zo’n typische party-pic van een groep vrienden.
Eerst begreep ik niet wat hij bedoelde, maar toen zag ik het, in de bovenhoek. Mijn hart sloeg over.
Het was onmogelijk met zekerheid te zeggen, omdat het zo blurry was, maar het leek op Joep, daar bij de deur. En er leek iemand dicht naast hem te staan, al was de vorm bijna onherkenbaar.
Het leek een meisje met zwart haar.
Nieuw bericht van Sam, een link naar een nieuwsartikel van decennia geleden.
Koortsachtig gleden mijn ogen over de zinnen. Het ging over een gebeurtenis op onze camping. Een jongen had een meisje mee het bos in genomen. Ze had te veel gedronken, zoveel dat ze zich niet kon verzetten. Daarna had hij haar achtergelaten.
Ze was de volgende dag dood gevonden.
Mijn adem stokte toen ik haar naam las. De begeleidende foto had ik niet eens nodig om mijn vermoedens te bevestigen.
Nieuw bericht van Sam.
“Ik ga terug.”



Wordt vervolgt?
Top!